Soms zit ik tegenover iemand die vertelt dat het leven tegenvalt, dat het zwaar is en dat het niet meer zo leuk voelt als vroeger. Ik luister daar altijd naar, want ik weet hoe het kan voelen als dingen anders lopen dan je had gehoopt, en dat dat je kan raken op plekken waar je niet altijd woorden voor hebt.
En toch gebeurt er tegelijk nog iets anders in mijn hoofd.
Omdat ik ook zie wat er hier allemaal wél is.
Met Studio Blijmakers en Het Dobbyhuis zie ik iedere dag hoe mensen worden opgehaald en weer thuisgebracht, hoe er een plek is waar ze naartoe kunnen, waar aandacht is en waar ze niet alleen zijn. Ik zie dat er dagbesteding is, dat er ondersteuning mogelijk is, dat huizen aangepast kunnen worden en dat er hulpmiddelen zijn die het leven net iets draaglijker maken.
Het is hier goed geregeld. En dat is niet vanzelfsprekend.
Misschien denk ik daarom ook zo vaak aan Thailand en aan andere plekken in de wereld waar dat allemaal veel minder of helemaal niet aanwezig is. Waar familie het opvangt als het kan en waar het er soms gewoon niet is. Daar zie ik ook mensen die ouder worden, die ziek zijn of die langzaam dingen moeten loslaten, maar de manier waarop daarmee wordt omgegaan voelt anders.
Niet beter of slechter, maar anders.
Ik hoor daar minder dat het leven niet meer leuk is, terwijl de omstandigheden vaak zwaarder zijn. En juist dat blijft bij me hangen. Niet als oordeel, maar als een vraag die steeds terugkomt en waar ik niet helemaal omheen kan.
Wat maakt dat verschil?
Misschien zit het niet alleen in wat er geregeld is, maar ook in hoe we kijken naar wat er is en wat er ontbreekt. In Nederland zijn we gewend geraakt aan veel, misschien zo gewend dat we het niet altijd meer zien. Wat ooit bijzonder was, wordt langzaam normaal, en wat normaal is voelt op een gegeven moment bijna als vanzelfsprekend.
En misschien zit daar ook iets wat een beetje schuurt.
Dat we zijn gaan denken dat het leven vooral leuk moet zijn. Dat het goed moet voelen, licht moet zijn, kloppend. En dat als dat niet zo is, er iets mis is, iets dat opgelost moet worden.
Terwijl er ook gewoon dagen zijn die zwaar zijn. Of leeg. Of anders dan je had gewild. Dagen die niet mooier worden door ertegen te vechten, maar ook niet meteen opgelost hoeven te worden.
Als ik daar zit en luister, denk ik aan alles wat er wel is. Aan hoe vanzelfsprekend dat is geworden en hoe makkelijk je dat vergeet, zonder dat je het doorhebt.
Niet om iemand te corrigeren, maar om het zelf te blijven zien.Omdat die vraag steeds weer terugkomt, soms zacht en soms iets nadrukkelijker:
Wanneer is het genoeg?
Of misschien nog wel eerlijker:
Wanneer is het al genoeg?
Liefs,
Erica de Winter


