De taxi komt om half acht. Het is nog vroeg en Jomtien is al wakker, want Jomtien slaapt eigenlijk nooit helemaal. Langs de weg zijn de kraampjes al open. Een man achter een gasfornuis. Damp boven de pan.
Ik kijk ernaar terwijl we voorbijrijden en denk: vanavond lig ik in mijn eigen bed.
Op Suvarnabhumi is het druk, zoals altijd. Mensen uit alle windstreken, karretjes vol koffers, bordjes in talen die ik niet lees. Het is lawaaierig en groot en toch loopt alles op de een of andere manier gewoon door. We checken in, drinken koffie, wachten. Het vertrek om 12.30 uur geeft je de tijd om het langzaam los te laten.
Elf uur later landen we op Schiphol.
En daar, in de rij bij de paspoortcontrole, gebeurt er iets wat me altijd weer verrast, ook al weet ik dat het komt.
Er wordt geklaagd.
Over hoe lang het duurt. Over de rij die niet opschiet. Over het feit dat er maar twee loketten open zijn. Harde stemmen, mensen die op hun horloge kijken, alsof er iets ernstigs aan de hand is.
Ik sta erbij en vind het oprecht vervelend. We zijn net de wereld overgevlogen en komen thuis. Gezond. Met volle koffers. En dan is dit wat we doen?
Ik begrijp het gewoon niet.
Buiten is het grijs en koud. Eind februari in Nederland. Ik loop naar de taxi en iets ontbreekt. De geur van buiten. De warmte. De zachtheid in hoe mensen met elkaar omgaan.
De volgende ochtend loop ik naar de supermarkt. Het is vroeg en rustig, maar toch. Te veel keuze. Te veel licht. Niemand die me aankijkt.
Dat klinkt dramatisch en dat is het niet. Ik ben gewoon thuis. Maar er zit een periode tussen terugkomen en echt terug zijn. Een dag of twee waarin je dingen opmerkt die je normaal niet ziet, omdat je ze nu vergelijkt.
Ik weet dat het een cliché is om te zeggen dat Thailand rustiger is, want Thailand is allesbehalve rustig. Maar er zit iets in de manier van bewegen. Een vriendelijkheid die niet hoeft te worden verdiend.
En Nederland is mijn thuis. Ik ken de taal van hier. De grappen, de directheid, de koffie die te vroeg op is. Ik houd ervan.
Maar ik neem iets mee terug. Het duurt niet lang of de wereld om me heen trekt me weer mee. De agenda vult zich, de dagen gaan snel. Maar ik merk dat ik iets vasthoud. Niet bewust als een voornemen, maar gewoon in kleine dingen. Iemand aankijken als ik iets vraag. Even stilstaan. Niet meteen doorlopen.
Wat ik meeneem uit Thailand past niet in mijn koffer. Maar het gaat wel mee.
Elke keer weer.
Liefs,
Erica de Winter
Dit is een onderdeel van de reeks ‘Tussen Thailand en Thuis’ en is eerder verschenen op het Thailand-forum Olleke Bolleke.


