Soms is er één zin die blijft hangen.
“Ik wil naar huis.”
Ik hoor die zin vaker. En elke keer doet hij iets met me. Niet omdat hij zo uitzonderlijk is, maar juist omdat hij zo herkenbaar klinkt.
Laatst zat ik tegenover iemand aan tafel. We waren gewoon samen, in een vertrouwde omgeving. De jas hing aan de kapstok, de foto’s stonden op de kast. Alles was zoals het altijd was. En toch zei diegene: “Ik wil naar huis.”
Op zo’n moment weet je dat het niet over een adres gaat.
Het gaat over een gevoel dat iemand kwijt is. Over onrust, over het verlangen naar iets wat veilig voelt.
En hoe langer ik daarover nadenk, hoe meer ik me realiseer dat dat niet alleen voor mensen met dementie geldt.
Want wat is een thuis eigenlijk?
Voor mij is het niet één plek. Mijn eigen huis voelt als thuis. Maar datzelfde gevoel kan ook ergens anders ontstaan. Bij Studio Blijmakers bijvoorbeeld. Niet omdat de ruimte zo bijzonder is, maar omdat er iets gebeurt zodra mensen binnenkomen.
Ik zie mensen eerst nog een beetje zoeken. Kijken waar ze zijn, hoe het werkt, of ze erbij horen. En dan, ergens in een gesprek of in een klein moment, verandert er iets. De schouders zakken, de adem wordt rustiger. Alsof iemand langzaam landt.
Alsof iemand voelt: hier hoef ik me niet anders voor te doen.
Dat moment is voor mij thuis. Niet de plek, maar wat er in iemand gebeurt.
Ik herken dat ook op heel andere plekken. In Thailand bijvoorbeeld. Elke keer als ik daar ben, voel ik iets wat lastig uit te leggen is. Alsof mijn lichaam sneller begrijpt dan mijn hoofd. Ik voel me er op mijn gemak. Thuis zelfs.
En toch zou ik er niet willen wonen.
Je kunt je ergens thuis voelen, zonder dat het je thuis is. En andersom: mensen die ergens wonen, maar zich er nooit echt thuis hebben gevoeld.
Misschien zit thuis niet in wat er om je heen is, maar in hoe je je voelt in het contact met anderen. In aandacht. In rust. In het gevoel dat je er mag zijn.
Dat brengt me weer terug bij die zin.
“Ik wil naar huis.”
Misschien betekent die wel: ik wil me weer veilig voelen. Ik wil weer kunnen ontspannen.
Liefs,
Erica de Winter


